Hoe werd hij dictator

Toen Caesar 42 was, stopte hij met de politiek. Hij werd aanvoerder van het leger dat in Gallië was. Gallië was wat wij nu kennen als West-Europa. Toen begon de periode waarin hij heel veel roem en macht kreeg. Hij vocht tegen de Gallische stammen.

In 49 voor Christus wilde Caesar consul worden. Consul was de belangrijkste bestuurlijke functie die je kon hebben. Hij wilde afrekenen met de corruptie van de Romeinse Senaat. Ook wilde hij de macht weer terug geven aan het volk. Het volk had namelijk bijna niks te zeggen. Hij trok met zijn leger uit Gallië terug naar Rome.

De Senaat riep een burgeroorlog uit. Ze vroegen aan een oude vriend van Caesar, Pompeius, of hij de Senaat wilde verdedigen. Dat deed hij. Hij wist Caesar een paar keer te verslaan. Maar toen werd zijn tactiek niks doen en afwachten. De Senaat wilde dit echter niet. Hij moest van hen niet meer afwachten en een strijd beginnen. Dit is niet een slimme keuze geweest. Caesar kreeg het namelijk voor elkaar om van Pompeius te winnen. Vervolgens vluchtte Pompeius naar Egypte en Caesar ging hem achterna. Caesar versloeg hem uiteindelijk.

Caesar besloot om een tijdje te blijven in Egypte. Daar ontmoette hij Cleopatra. Vier jaar later was hij klaar met Egypte en hij vertrok naar Rome. Hij werd dictator, want hij had de burgeroorlog gewonnen. Ondanks dat hij maar 7 maanden machthebber is geweest, had hij een aantal goede dingen gedaan:

  • 80 000 Proletariërs kregen een stuk grond om boer te worden;
  • Bewoners van de Provincie kregen de kans om het Romeinse burgerrecht te ontvangen;
  • Een wijziging in de kalender.